donderdag 15 januari 2009

Helpt elkaar!

Eigenlijk wil ik het in dit weblog vooral over toeleveren en uitbesteden hebben, en niet over de algemene economische toestand. Maar ja, die drie zijn vrij nauw verweven. Hoe harder de economie draait, hoe meer er uitbesteed en dus toegeleverd wordt. En vanochtend las ik een berichtje dat weer koren op mijn molen was. Op de site van RTL las ik over, door een Nyenrode professor voorgestelde, maatregelen om de Nederlandse economie weer een kickstart te geven. Daar worden op zich allemaal sympathieke maatregelen voorgesteld. Als je op korte termijn denkt tenminste. En dan kom je vanzelf op de politiek, want dat lijkt tegenwoordig een wedstrijd korte termijn denken op top niveau. Terwijl het dat juist niet zou moeten zijn.
Maar waarom is de politiek zo opportunistisch? Juist ja, omdat de kiezer steeds met mooie beloftes op de korte termijn te paaien is. Ik denk liever aan de fraaie slogan:

“ Helpt elkaar, koop Nederlandsche waar”.

Als we niet de politiek afwachten, maar zelf het heft in handen nemen is een reddingsplan veel minder hard nodig. Bovendien komt het toch te laat. En met onze eigen uitvoering kunnen we direct beginnen. Uitbesteden naar lage lonen landen drijft hier de werkeloosheid op, dus ook de premies. De Nederlandse werknemers moeten toch betaald worden, of ze nu thuis zitten of werken. En voor dat beetje extra krijg je een hoop meer voor je geld.
Aan de andere kant zijn Nederlandse bedrijven ook druk bezig met het opzetten en overnemen van buitenlandse ondernemingen en joint ventures. Volgens hun eigen beweringen brengt dat extra werkgelegenheid mee voor de Nederlandse moederbedrijven. Met overdreven protectionistische maatregelen draai je de kans voor Nederland om mondiaal mee te spelen gelijk de nek om.
Samengevat: Geef Nederlandse bedrijven de ruimte, dat helpt beter dan regeltjes. En kijk, voor je een bestelling over de grens doet, of het niet minstens zo goed in ons eigen Nederland gemaakt kan worden.

dinsdag 13 januari 2009

Even geen nieuws

Als je het nieuws wordt je, als toeleverancier, niet vrolijk. Daarom wil ik maar even geen nieuws horen of bespreken. Maar het kriebelt toch. Ik ben geen econoom, maar ik kan wel een beetje rekenen. We maken ons met zijn alle grote zorgen, want de economie krimpt, misschien wel 1%. Terwijl er eerst een groei was van maar liefst 1,5 %.

Volgens mij betekent die 2,5 % hooguit het verschil tussen veel te veel en gewoon te veel (hebben, moeten, maken, kopen, verkopen, noem maar op). Tussen zwaar overwerkt en een beetje overwerkt. Want dat we in de drukke tijd stijf van de stress stonden kon je altijd overal horen en lezen.

En nu is er dan weer stress omdat alles stilstaat. Hoezo stilstaan, er is 2,5 % minder van alles. Dat is een hapje op een vol bord. Volgens mij zijn er gewoon types die van alles stress en sensatie weten te maken. En als we dat met zijn allen geloven worden we bang. En als we er in meegaan worden de angsten bewaarheid, en staat alles stil

Maar er is een remedie voor ondernemers, productieleiders, chefs en anderen die niet tegen de stress van een volle of een lege planning kunnen: Uitbesteden!

Door uitbesteden van alles wat niet de belangrijkste bezigheid (core business dus) van een bedrijf is kweek je rust en overzicht. Maar dan moet dat uitbesteden wel goed gebeuren. Alleen op prijs een toeleverancier selecteren kan een hele dure oplossing zijn. Als uitbesteder moet je weten wat je uitbesteed bij welke toeleverancier, en vooral waarom. De belangrijkste reden voor uitbesteden is niet altijd dat de kostprijs van de ingekochte goederen of diensten lager worden. Iedereen met een rekenmachine of een spreadsheet kan met de zelfde gegevens een andere kostprijs uitrekenen. Het is maar net welke factoren je meeneemt.
Neen, uitbesteden doe je om je op je kerntaken te richten, want de rest kun je overlaten aan degenen die er handiger in zijn. Of het nu gaat om voertuigen leasen of om draaiwerk uitbesteden. Het bevrijdt de uitbesteder niet alleen van allerlei sores, maar het geeft het ook de ruimte om verder te ontwikkelen aan zijn bedrijf, zijn producten en de marketing daarvan.

Het lijkt een open deur intrappen, en is zeker geen nieuws:

Geen zorgen over overwerk, of juist machine stilstand, maar zeker weten dat je uitbestede onderdelen goed en op tijd binnenkomen. Daar wordt een planner toch vrolijk van?

vrijdag 9 januari 2009

IJSVRIJ!!

Gisteren zag ik in het nieuws dat een aantal ambtenaren (was het nou van buitenlandse zaken) ijsvrij gekregen heeft. Of het nu was om te schaatsen of niet dat deed er niet toe. Gewoon extra verlof. Als het werk het toeliet tenminste. Dus waren er op het NOS journaal drommen mensen (vermoedelijk ambtenaren) te zien die het gebouw verlieten.
Ik zal hier geen flauwe ambtenaren grapjes gaan vertellen of herhalen, maar het geeft toch te denken.

Inmiddels begint de inschrijving voor de arbeidstijdverkorting lekker te lopen begreep ik uit diverse media. Nou ja, lekker, het is natuurlijk jammer dat het überhaupt nodig is om zo’n regeling in het leven te roepen. Een heleboel werknemers krijgen dus ijsvrij zolang de economie niet ontdooit.

Zolang we het door de scheppende (inclusief de agrarische)industrie verdiende geld met dit soort maatregelen weg laten halen bij de bron, zodat een of andere overheid het naar eigen goeddunken kan verdelen moeten we steeds slimmer worden om geld te blijven verdienen. Want anders valt er helemaal niets af te romen. De handigste manier om te veel te verdienen is vooral doen waar je (heel erg) goed in bent. En al het andere moet je dan zoveel mogelijk aan andere overlaten, die dat dan beter (zouden moeten) kunnen. Uitbesteden dus.
En niet zoals de massa dat doet, maar bij voorkeur slimmer. Om slim uit te besteden moet de uitbesteder nauw samenwerken met de toeleverancier. En dan hoeft het uitbesteden nog niet direct ‘outsourcen’ te heten. Het mag ook nog steeds gewoon ‘bestellen’ zijn. Als de uitbesteder de toeleverancier maar goed aanstuurt, zodat deze op de gewenste tijd de juiste hoeveelheid spulletjes van de gevraagde kwaliteit kan leveren.
Of je het nu vanuit uitbesteden of toeleveren bekijkt, het blijft teamwork. Of, als de maakindustrie topsport is, dan blijft het teamsport. En teamsporten, daar zijn wij goed in.
(En dan bedoel ik eigenlijk Nederland, als je naar de olympische resultaten van bijvoorbeeld hockey en waterpolo kijk, maar ik voel me als toeleverancier ook wel aangesproken natuurlijk).

dinsdag 6 januari 2009

De Beste Wensen

EEN GELUKKIG NIEUW JAAR

En daar kom ik dan op 6 januari mee aanzetten. Terwijl er altijd weer die discussie rond de jaarwisseling ontstaat tot wanneer je iemand nou de beste wensen mag doen. Nou, mij mogen ze ALTIJD het beste wensen, en daarom kom ik er nu pas mee. Dat is dus niet helemaal toeval.
Toeval speelt toch al een veel grotere rol dan we meestal willen. En dat terwijl toeval juist helemaal niet lijkt te bestaan. Onze gedachtewereld wereld wordt steeds spiritueler, en dat werkt ook door in de keiharde, bakstenen, wereld.

Het is geen toeval, maar het kan voorbestemming zijn. Voor degenen die zich minder afhankelijk opstellen overkomt je wat je over jezelf afroept. Je kunt dus naar het gewenste resultaat toewerken. En dat dan altijd, of dat nu rijkdom of ziekte is. Ik vrees dat menigeen die onaangenaam door het lot getroffen is het hier niet helemaal mee eens is. Laten we het er dus op houden dat je véél van wat je wilt bereiken zelf kunt bewerkstelligen.

En wat willen we meestal: gezondheid en welvaart. En dat bereiken we door weinig stress, een goede omzet en lage kosten. En dan ben ik bij de kern van mijn betoog. Voor weinig stress en lage kosten heeft de industrie goede en betrouwbare toeleveranciers nodig.

Onnodig om te vertellen dat ik u wel kan wijzen op een aantal goede toeleveranciers voor verspanende bewerkingen zoals draaien en frezen.

dinsdag 23 december 2008

tegenwinds ondernemen

De industrie lijkt het een zwaar 2009 tegemoet te gaan. Dat dat komt door de kredietcrisis en de bijbehorende recessie weten we inmiddels wel. Maar het is en blijft slecht nieuws.
We hebben de laatste jaren al meerdere malen de broekriem flink aangehaald. Daarna is de kaasschaaf gehanteerd, en vervolgens is de boel uitgeknepen. Aan de huidige ‘dip’ gingen immers de aanslagen van ‘nine eleven’ 2001 vooraf. En net nu alles weer beter leek te gaan blijkt het optimisme te ongebreideld, en de opleving één grote zeepbel, waar de “dot.com” crisis bij vervaagt. Die trof alleen de ICT wereld. Na een korte periode van uitgeven moeten we de knip weer dicht houden.

Maar besparen hoeft niet altijd te betekenen dat er minder mogelijk is. Komend jaar is natuurlijk wel een prachtkans om alle vroegere besluiten nog eens tegen het licht te houden. Tegenwind betekent : opkruisen, laveren, en dat is gewoon vaak overstag. Het is dus hoog tijd om te kijken of oude problemen niet om een nieuwe oplossing vragen.

Zo zullen meer mensen door krijgen dat er winst zit in internet telefonie tussen bedrijven onderling. De telefoonrekening slinkt al bij het idee, Skypen is (voorlopig nog) gratis.

Dit soort stapjes zijn slechts een begin. Afschrijvingen op investeringen in machines en gebouwen hakken er ook flink in. Personeelskosten blijft meestal de allergrootste post. Maar al die mankracht (m/v) is noodzakelijk, en bezuinigen lijdt tot pijnlijke ingrepen.
Toch hoeft een kritische blik niet altijd treurige gevolgen te hebben.

Uitbesteden wordt vaak erg zwart/wit gezien. We doen het helemaal zelf, of we doen het niet. En zo verliezen we de nuance uit het oog. Bij ‘outsourcing’ denken we tegenwoordig gelijk aan verre landen. En soms ook aan ‘afwachten wat er terug komt’. En dat is helemaal niet nodig. Door ‘outsourcing’ weer gewoon ‘uitbesteden’ te noemen, en het dicht bij huis te doen is er meer controle mogelijk. En dan niet alleen kwaliteit controle. De kwaliteit van de meeste toeleveranciers is over het algemeen goed op orde. Of het nu om schoonmaakwerk, telefonie diensten of componenten gaat, we zitten allemaal in een concurrentie strijd, en niemand kan zich permitteren klanten weg te jagen met vermijdbare fouten.
Maar het gaat juist om de goed aansturing van de leverancier vanuit de afnemer. Zo maak je fouten vermijdbaar. Bij het lanceren van een nieuw product of het afnemen van een nieuwe dienst niet gelijk in het diepe springen, maar eerst samen met de leverancier ervaring op doen. En vanuit die ervaring samen uitbouwen.

Als ik me even tot de toelevering van onderdelen beperk zijn de voordelen evident:
De leverancier kan de seriegrootte beperken tot wat er (direct) nodig is. Door snel bij te sturen bij veranderingen, of dat nu wijzigingen aan het product of de omzet(verwachting) zijn. En zo blijft men slagvaardig tegenover de markt.

maandag 8 december 2008

Over toeleveren en sportiviteit

Ik ben vorige keer al begonnen met een vergelijking tussen toeleveren en topsport. En daar zitten nog meer punten van verschil in dan ik vorige keer al dacht.

Moet een topsporter sportief zijn? Eigenlijk niet, want als je sportief bent, kun je tegen je verlies, en dan haal je nooit de top in de sport. Moet een toeleverancier tegen zijn verlies kunnen? Als het niet te hoog oploopt wel, want toeleveren is erg conjunctuur gevoelig.
Zodra de hoeveelheid werk een beetje terugloopt zullen bedrijven, die structureel een deel van de productie uitbesteden, meer zelf doen. En als logisch gevolg komt er veel minder werk bij de toeleveranciers terecht. Hierdoor komt de marge van deze leveranciers onder druk te staan. Om toch een goede bezetting te halen, want de vaste kosten lopen door, gaan ze scherper calculeren, en wordt het vechten op de markt.

Bankieren lijkt topsport. Want de banken gedragen zich niet sportief, om zo hun dominante positie te behouden. Alles wijst er op dat de bewoners van ‘de financiële wereld’ zichzelf in een slechte positie gemanoeuvreerd hebben. Maar de problemen die dit veroorzaakt worden afgewenteld op onschuldigen. Duidelijk topsport, waarbij de amateurs middels contributie de kosten die bonden maken ten behoeve van de professionals helpen dragen. Zo dragen alle belastingbetalers, zowel burgers als bedrijven, bij aan de stroppenpot die de financiële instellingen tot een recorddiepte geleegd hebben. Records vestigen, dat is ook topsport.

De door allerlei vormen van sponsoring verbeterde positie van deze onsportieve sporters wordt niet vertaald in enige klantvriendelijkheid, want ze moeten eerst weer ‘in vorm komen’, met meer ‘vlees op de botten’. Waarom kunnen ze niet in vorm komen door hard te trainen? Gewoon doen wat ze moeten doen, en dat zo goed en zo vaak mogelijk. Dat wil zeggen het geldverkeer op gang houden tegen scherpe tarieven. En dan scherp voor en door hun onderlinge concurrentie, zodat ‘wij’, hun klanten ons er niet meer aan hoeven snijden.

woensdag 5 november 2008

Is toeleveren topsport?

Dat lijkt mij niet.

Als iemand ergens intensief mee bezig is, wordt de inspanning vaak vergeleken met topsport. Zo ook toeleveren. Maar ik denk niet dat die vergelijking opgaat.

Een topsporter werkt voor zijn eigen roem en glorie, of, desnoods, voor zijn ploeg.

Toeleveranciers werken voor de roem en glorie van uitbesteders. Een goede toeleverancier heeft dus meer de eigenschappen van een jachthond (gehoorzaamheid en “will to please” ) dan van een sport vedette.

Als de uitbesteder topsport bedrijft, en met zijn product in de schijnwerpers weet te staan, schijnt er hooguit maar een klein beetje van de glans op de toeleverancier. Dat zegt niet dat een toeleverancier niet trots op zijn werk kan zijn. Net zomin als een formule 1 kampioenschap, of een Tour de France, gewonnen kan worden door een vedette alleen. Zonder goede voorbereiding en ondersteuning tijdens de wedstrijden is hij al bij voorbaat kansloos. Maar van degenen die deze diensten leveren is de bijdrage niet meer herkenbaar in het eindresultaat.

Als we een vergelijking moeten maken, vergelijk ik toeleveren liever met musiceren op hoog niveau. De partituren worden aangeleverd, en onder leiding van steeds andere dirigenten worden veel verschillende uitdagende muziekstukken op het eigen instrument gespeeld. Het komt aan op teamwork, maar wel steeds in een ander team. En de eigen partij, die perfect in het geheel past, blijft voor de uitvoerende musicus toch herkenbaar, en veelal reden tot gepaste trots.